|
|





|
Elk zoogdier beweegt zich in een bepaald gedeelte van het biotoop. Het gebied waarin ze zich bewegen, het woongebied, is vaak begrensd. De grootte van dit woongebied wordt bepaald door voedselaanbod en terrein. Veel soorten bewonen het woongebied permanent en het gehele jaar door, maar sommige dieren trekken tussen woongebieden. Oost-Afrikaanse gnoes trekken bijvoorbeeld met de regens mee. Walvissen trekken in de paartijd naar warmere wateren, buiten de paartijd zijn ze te vinden in de voedselrijke koudere wateren. Verscheidene soorten zeehonden leven het gehele jaar door op volle zee, maar trekken in de paartijd naar vaste voortplantingsgebieden, waar de dieren kolonies vormen. Woongebieden kunnen overlappen, maar vaak beschermt een zoogdier (een gedeelte van) zijn woongebied tegen rivalen. Dit kan het gehele jaar door gebeuren of slechts een bepaald gedeelte van het jaar, voornamelijk de paartijd. Het verdedigde stuk grond wordt het territorium genoemd. Het territorium wordt meestal gemarkeerd met geuren, maar ook optische signalen, als beschadigde bomen en planten en het achterlaten van ontlasting op opvallende plaatsen als een rots of een open plek. Sommige soorten, zoals gibbons, leeuwen en edelherten, geven de grenzen van hun territorium tevens aan door middel van harde geluiden |